Stil maar Bewogen – Ruimte en Urgentie (deel 4/4)

In gemeenschapsleven wordt iedere denker een doener, en iedere doener een denker. Door het leven in ritme wordt elke gedachte een taak. In de stilte kan een gedachte je vastpakken en je een dag lang niet meer loslaten. Tegelijkertijd wordt elke taak een ritueel. Elke handeling vloeit uit je gedachten voort en elke gedachte uit je handelingen. Het staat niet meer los van elkaar, zoals bijvoorbeeld in ons dagelijks leven, lezen – een geestelijke behoefte – en sporten – een lichamelijke behoefte. In ons dagelijks leven doen we niets liever dan deze behoeften inkaderen en plannen met de hoogste efficiëntie, alsof het twee batterijen zijn die men onafhankelijk van elkaar kunt opladen. In de stilte merk je soms pas hoeveel je van jezelf vervreemd bent. Maar even met beide benen op de grond. De afwas riep. Lees verder

De ander, het ogenblik en ik

Terwijl ik in de trein zit klinken mijn favoriete deuntjes door mijn koptelefoon. Met licht gebogen hoofd is mijn blikveld gericht naar het kleine scherm waarop facebook- en instagramberichten worden getoond van mensen die ik nauwelijks ken. Ik ben teruggetrokken in mijn comfortabele gedachtewereld die ik zachtjes tot stilte maan met de gedachteloze input van mijn telefoon. Bij elke halte blijf ik hopen dat de zojuist ingestapte mensen niet naast mij komen zitten; liever even geen gespreken, liever ontoegankelijk. Deze ruimte is nu eventjes van mij. Een ritueel van afzondering in publieke ruimte, gemakkelijk gemaakt door de digitale muur tussen de ander en ik. Lees verder

Stil maar Bewogen – de Zachte Bries (deel 3/4)

 

Op de vraag hoe het met ons gaat, hebben we vaak maar een antwoord: We hebben het te druk. In dit verhaal gaan we steeds op zoek naar wat er gebeurd als dit even wegvalt. Wat betekent stilte nog in onze 21e -eeuwse leefwereld? Een verhaal verweven met gedachten over stilte, God, en ons. De beschreven gebeurtenissen zijn echt, de namen zijn echter fictief.

Voor eerste en tweede deel.

We leven in een tijdsgeest die ervaringszuchtig is, en dat heeft onvermijdelijk betrekking op hoe we omgaan met God en geloven. Daniel vertelde ons dat hij soms het meer in de buurt opzoekt, de houten steiger oploopt en in het koude water springt, puur om te voelen dat hij leeft. Op de vraag wat zijn ervaring met God was vertelde hij een anekdote. Hij liep een zomer nabij Aix-en-Provence, Zuid-Frankrijk. Hij was teleurgesteld in God, wilde iets van hem merken, ervaren, zien. Waar was Hij? Hij liep in gedachten met een backpack langs een verlaten landweg. Het was rustig en begon donker te worden. Toen stopte er een auto. Een figuur draaide het raam naar beneden en sprak vanuit de schaduw:

“Daniel, vous êtes toutes seul.”  Lees verder

Stil maar Bewogen – De Stilte (deel 2/4)

Op de vraag hoe het met ons gaat, hebben we vaak maar een antwoord: We hebben het te druk. In dit verhaal gaan we steeds op zoek naar wat er gebeurd als dit even wegvalt. Wat betekent stilte nog in onze 21e -eeuwse leefwereld? Een verhaal verweven met gedachten over stilte, God, en ons. De beschreven gebeurtenissen zijn echt, de namen zijn echter fictief.

Voor het eerste deel.

Terwijl buiten een zwerm vogels over de velden streek vlogen de gedachten op in mijn hoofd.

Hoe kan het toch, dacht ik bij mezelf, dat we dit verleerd zijn? Stilte? We kunnen er simpelweg niet meer mee omgaan. Probeer maar eens een uur niets te doen. Niets luisteren, lezen, zien. Het is een kunst die onze generatie heeft verdrongen. Bij de koffie leefden we op van de gesprekken. Ik sprak met Daniel en Michiel over de verschillen tussen onze generatie en die van hem. Lees verder

Stil maar Bewogen – Ouverture (deel 1/4)

Op de vraag hoe het met ons gaat, hebben we vaak maar een antwoord: We hebben het te druk. In dit verhaal gaan we steeds op zoek naar wat er gebeurd als dit even wegvalt. Wat betekent stilte nog in onze 21e -eeuwse leefwereld? Een verhaal verweven met gedachten over stilte, God, en ons. De beschreven gebeurtenissen zijn echt, de namen zijn echter fictief.

Op een vroege zaterdagochtend zoefde ik met twee vrienden van mij door het Hollands laagland. Een lappendeken van weilanden begraasd door koeien en begrensd door water en bomenrijen flitste voorbij terwijl ik in gedachten nog bij de borrel was die vijf uur eerder was geëindigd in een treurig feest op een vreemde sociëteit. Wij hadden elkaar meegesleurd naar een stilteweekend. Wij gingen op retraite – zoals men het ook wel wil noemen in het jargon van onze subcultuur. We wilden de rust opzoeken, en een van ons had dit adres geboekt en gemaild met ene Daniël. Meer informatie dan dit had ik niet. Ik was slaapdronken mijn bed uitgerold, had haastig een rugtas volgegooid en hoopte vurig dat ik niet mijn tandenborstel was vergeten. Lees verder

We kunnen er niet bij

Ik ga hier een docent van me parafraseren, die doceerde over het vroege universum, dat wil zeggen het universum van vlak na de gepostuleerde ‘Big Bang’ van 13,8 miljard jaar geleden. Hij vertelde ons dat naarmate we, als sterrenkundigen, conceptueel terug in de tijd gaan en modellen proberen te maken van ons universum in de verleden tijd, er steeds minder empirisch materiaal beschikbaar is en de modellen van hoe het universum destijds in elkaar stak steeds onzekerder worden. Sinds mijn docent dit gezegd heeft, is een beeld bij me blijven hangen van een onzekerheid die toeneemt naarmate we verder terugkijken1 in de tijd, met de Big Bang als een soort verticale asymptoot waar de onzekerheid naar het oneindige divergeert, alle natuurwetten ontoereikend blijken en we als blinden in het duister tasten. De vaste grond, die we vanuit het heden met een redelijke zekerheid hebben kunnen afkaderen, lijkt op zijn grondvesten te schudden wanneer we ons op het verleden richten, en het fundament stort definitief ineen wanneer we het Begin bereiken.

We hebben het universum niet in onze macht. Lees verder

God zoeken bij hem die God doodverklaarde

“Eigenlijk zou ik een kring van diepzinnige en tedere mensen om me heen moeten hebben, die me enigszins tegen mezelf zouden beschermen en me ook konden opbeuren: want voor iemand die het soort dingen denkt dat ik genoodzaakt ben te denken, ligt voortdurend het gevaar van zelfdestructie op de loer.”1

Nietzsche in zijn nagelaten fragmenten. Herfst 1885.

De ‘filosoof met de hamer’ welke als geen ander heilige huisjes intrapte. Bovenstaand fragment laat iets zien van zijn denken. Nietzsche kende, naar eigen zeggen, geen uitsluitend intellectuele problemen – hij ‘leefde met zijn intellectuele problemen als zijnde de werkelijkheid, hij ervoer een vergelijkbare emotionele verbintenis daarmee, als andere mannen dat ervaren naar hun vrouw en kinderen toe.’ Gedachten, stelt hij, zijn bij de meesten een ‘echo en na-effect van je ervaringen: zoals een kamer trilt wanneer een rijtuig passeert. Ik echter, zit in het rijtuig, en vaak ben ik het rijtuig zelf.’ Een commentator van Nietzsche stelt dat het verschil ‘tussen denken en voelen, intellect en passie’ echt verdwenen was. ‘Hij voelde zijn gedachten. Hij kon verliefd worden op een idee. Een idee kon hem ziek maken.’2 Lees verder