Solidair

Soms, in een blind ogenblik
Wil ik solidair zijn met de wereld
Zoals de tijd de rotsen slijpt
De bliksem bomen splijt
Zoals woeste wateren kolken en
Verdampen in verzengende hitte
Tot dreigende donderwolken
Zoals de sluipende winterkou
De groene aarde smoort
Zoals een roofdier dat haar prooi vermoordt en verscheurt
Zoals de herfst de zomer overwint
En aan het einde van een vruchteloze jacht
het verval is dat onze wereld kleurt
Zo wil ik dan ook kapot gaan
Slijp mijn hart maar met de tijd
Laat haar gebroken zijn, elke morgen
Laat mij zwavel proeven in mijn longen
Want diep in deze chaos en ongereptheid
is een schone harmonie verborgen

078-IMG_1685.JPG

Daglicht

Je laat je blik vangen
Je zet de deur op een kier
Doorbreekt de muren
Opent de gordijnen
Blaast voorzichtig het stof van de tafel
En haar eikenhouten stoelen
Brengt alles in het reine
En dan
Geef je je hart met open handen
Hier is het, kwetsbaar en stil
Ze kan haar doorboren
Zelfs doden als ze wil
Maar het maakt je niet uit.
Zo krijgen de planten nog eens water
En hou je de vlekken van de ruit.

WhatsApp Image 2018-07-09 at 19.56.23

 

De compositie

De lucht smaakt naar verbrand hout
En versgemaaid gras
De kleuren van de avondlucht
Dansen voor mijn ogen
De eikenbomen, de molen, het aarden pad
Zijn in wezen een compositie van datgene
Wat ik zelf nooit had kunnen scheppen
Ik kan ze slechts bij elkaar rapen met mijn blik
Ze omlijsten met mijn gedachten
Als letters die ik gebruik voor mijn zinnen
Als een vage echo van een wijs
Die deze wereld aaneenrijgt als een weefgetouw
Maar die ik slechts zachtjes kan mee neuriën

 

 

WhatsApp Image 2018-06-11 at 22.49.34.jpeg

Onzichtbaar

Ze raapt takjes op en plastic van de straat
Men kijkt haar weg door weg te kijken
Want deze vrouw loopt uit de maat
En niemand weet en niemand ziet
Wie ze is of ooit was
Of waar ze naartoe gaat.

Het verkeer raast langs
De kerkklok luidt viermaal
En een oude heer verliest zijn krant
In het pandemonium van de stad

Maar niemand verliest ooit de tijd
Terwijl zij altijd van ons wint.
En als ik sprint en vlieg door het gedruis
In de hoop dat ik de trein haal
Kijk ik toch nog even om, heel kort
Naar de onzichtbare vrouw
Zij hoort hier niet thuis.

Verval

 

De Sprong

De liefde

Is als springen zonder parachute
Is als klimmen zonder harnas
Is als vallen zonder vangst
Waar verliezen winst is
Waar een kloof een brug is
Waar een berg een dal is
Daar vlieg je zonder vlucht
Daar zweef je zonder angst.

Klif 5

Stil maar Bewogen – Ruimte en Urgentie (deel 4/4)

In gemeenschapsleven wordt iedere denker een doener, en iedere doener een denker. Door het leven in ritme wordt elke gedachte een taak. In de stilte kan een gedachte je vastpakken en je een dag lang niet meer loslaten. Tegelijkertijd wordt elke taak een ritueel. Elke handeling vloeit uit je gedachten voort en elke gedachte uit je handelingen. Het staat niet meer los van elkaar, zoals bijvoorbeeld in ons dagelijks leven, lezen – een geestelijke behoefte – en sporten – een lichamelijke behoefte. In ons dagelijks leven doen we niets liever dan deze behoeften inkaderen en plannen met de hoogste efficiëntie, alsof het twee batterijen zijn die men onafhankelijk van elkaar kunt opladen. In de stilte merk je soms pas hoeveel je van jezelf vervreemd bent. Maar even met beide benen op de grond. De afwas riep. Lees verder

De paradox

Het lastige van de liefde is
Dat je nooit weet wanneer ze eindigt
En wanneer ze begint

Ze grijpt je hart
En kleurt het in
Met alles en niets
Met tragiek en euforie

Met troebele zekerheden en kristalheldere roekeloosheid
Spreekt ze in het onuitspreekbare
Zwijgt ze met haar stemgeluid
Haar taal is de paradox
Haar woorden staan altijd tussen de regels
En haar zinnen hebben nooit een punt

Hij die zoekt zal vinden, sprak de kapelaan
Maar hij staat altijd op het verkeerde been
Want met beide benen op de grond
Raakt de liefde ons niet aan.

plafond