Stil maar Bewogen – Ruimte en Urgentie (deel 4/4)

In gemeenschapsleven wordt iedere denker een doener, en iedere doener een denker. Door het leven in ritme wordt elke gedachte een taak. In de stilte kan een gedachte je vastpakken en je een dag lang niet meer loslaten. Tegelijkertijd wordt elke taak een ritueel. Elke handeling vloeit uit je gedachten voort en elke gedachte uit je handelingen. Het staat niet meer los van elkaar, zoals bijvoorbeeld in ons dagelijks leven, lezen – een geestelijke behoefte – en sporten – een lichamelijke behoefte. In ons dagelijks leven doen we niets liever dan deze behoeften inkaderen en plannen met de hoogste efficiëntie, alsof het twee batterijen zijn die men onafhankelijk van elkaar kunt opladen. In de stilte merk je soms pas hoeveel je van jezelf vervreemd bent. Maar even met beide benen op de grond. De afwas riep.

Terwijl de zon al bijna onderdook staken we onze handen uit de mouwen. Ieder had zijn of haar eigen taak die rond de haard werd verdeeld. Terwijl de een soep maakte en de ander de afwas deed, wijdde ik mij aan het verzamelen van hout voor de haard. Tussen het hoge gras raapte ik snoeihout van de appelbomen en laadde ik het met een roestige kruiwagen in de houten kist in de serre. Toen ik daar al een halfuur met een snoeischaar vakkundig aan het klungelen was kreeg ik hulp van Mia. Ze stond opeens voor me en ze was acht. Ze had lange bruine haren en keek alsof ze ondanks haar leeftijd heel goed wist hoe de wereld in elkaar stak en dat een mislukte houthakker als ikzelf wel enige bijstand kon gebruiken.

– Zal ik je helpen?

Ik slikte mijn trots en stemde in met dit voorstel, wat erin resulteerde dat ik bij het tillen van de kruiwagen een gesprekspartner had die de sporen die ik trok over het terrein vrolijk volgde. Ze was van hier.

– Het is hier zo rustig, hoe vind je dat?
– Er komen hier altijd weer andere mensen, dus het is niet altijd even stil.

Ik realiseerde weer even dat rust relatief is, en dat mijn geromantiseerde beeld van dit landelijke leven, dat in de afgelopen paar uur gekristalliseerd was, ook te nuanceren viel als een projectie van mijn eigen dromen en verlangens. We maakten een pijl en boog die zeker geen schoonheidsprijs won. Ze kende het verhaal van Narnia niet en dat kon ik natuurlijk niet zo laten.

– De tijd in die kast duurde dus veel langer dan in het echt.
– Als je een film kijkt is dat precies andersom, dan doe je iets heel leuks en lijkt de tijd de vliegen.

En toen vroeg ik me af of ik al de relativiteitstheorie begreep toen ik die leeftijd was. Ze vloog weer weg. Daniel kwam in een marineblauw verfoveral de appelbomen snoeien, of beter: zagen. Hij klom in een boom en balanceerde op een tak waar hij het uiteinde van begon af te zagen. Het kraakte. Hij vroeg mij, of ik iets van fruitbomen wist. Iedere gast bracht hier immers iets met zich mee.
Het snoeien had hij geleerd van een boer uit de omgeving die de stervende bomen niet aan hun lot kon overlaten. Met een grote zaag haalde hij tak voor tak weg, die als een vogelnest in elkaar gevlochten waren. Ik verzamelde ze tussen de graspollen en snoeide ze op lengte. We keken op. Er vloog met een hoop kabaal een groep ganzen over.

– Hoe kan het toch, dat ze altijd weten waar ze heen gaan?
– Ze volgen hier altijd de rivier, elk jaar weer.
– Was het voor ons maar zo simpel

Wij weten niet altijd waar we heen gaan. Meestal hebben we geen flauw idee, eigenlijk. We klampen ons vast aan gebaande paden die ons vervolgens weer benauwen. We hebben dromen en verlangens maar vinden het ook belangrijk om realistisch te zijn. Onze vooringenomen stappen zijn vaak groter dan we ooit durven nemen.

– Weet je hoe een kerkdienst in een huiskamer voelt?
– Een beetje zoals toen mijn vader vroeger uit de bijbel las na het eten, alleen dan langer

De zondagochtend luisterden we naar een koorzang van de Zweedse componist Awie van Wyk.
Het heette O Magnum Mysterium. Iedereen zat vijf minuten stil te luisteren. Ik dwaal dan altijd eerst een beetje af met mijn blik, alvorens ik een ankerpunt vind – bijvoorbeeld het uitzicht buiten – waarin je jezelf dan compleet kan verliezen. Het stuk ging over het mysterie van God. Van de drie eenheid en van de geboorte van Jezus, de komst van God naar onze wereld, en over hoe onbevattelijk dat eigenlijk allemaal is.

Ik sprak buiten met Daniel over zijn eigen zoektocht, en over hoe na talloze omzwervingen dit zijn leven werd en hij er met volle overtuiging voor kon kiezen.

– Mijn hoogleraar zei tegen mij “Je weet niet wat je wil. Zoek het uit.”
– Dat komt wel binnen.

Iedereen komt hier met een eigen zoektocht, zei hij. De een is teleurgesteld in God, is van Hem vervreemd of is Hem kwijtgeraakt in een leven vol verwarrende ervaringen. De ander wil Hem ontmoeten in de rust, ontsnappen uit een ritme vol beweging en zonder stilstaan. Er is hier ruimte, niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk: Om je oude gedachten en concepties over God even achter je te laten. Om je te verwonderen over het mysterie van geloven en de grootheid van een God, juist in dit rustige, eenvoudige leven. Maar er is ook urgentie. Geloof gaat over leven en dood. Het is een zoektocht naar een thuis dat noodzakelijk is, en het behelst alle aspecten van het leven. Zonder het lijden zou de Mattheus Passion ons nooit zo grijpen als zij doet.

We moeten ruimte hebben om te bevragen, te toetsen, te voelen en te ontberen. Om te vallen en weer op te staan. Ademruimte. Maar we moeten tegelijkertijd de urgentie van het evangelie serieus nemen. Dat we met richting onze weg erin zoeken, en niet alleen spelen met de gedachtes die zij ons levert.

Geloven is stil maar bewogen zijn. Geen stilstand in gegoten dogma’s en overtuigingen, maar ook geen beweging in een leven overwoekerd door alles wat ons aanvliegt, waardoor we niet meer de rust hebben om God te vinden door de ruis.

Dit brengt ons terug bij de appelbomen. We verwachten vaak een stem uit de hemel, maar we spraken onder het gezaag met elkaar over de lessen die juist de natuur ons kan leren. En daarmee ook de lessen die God, die alles heeft gemaakt, ons kan leren. De boom waar Daniel in balanceerde kon pas bloeien als hij flink bij gesnoeid was. In het begin moest hij soms de helft van de boom weghalen, opdat deze weer gezond zou groeien en bloeien. Zo is dit ook in ons leven. We moeten soms bepaalde wegen inslaan, keuzes maken en daarmee bepaalde paden wegsnoeien. Daarnaast vallen sommige dingen ons pas op als we in de vertakkingen van ons vaak veel te drukke leven focus aanbrengen. Dan gaat het gewone en eenvoudige bloeien. Dan ga je soms pas de schoonheid en het wonderlijke zien in het normale.

Stil zijn is de rust nemen om God en het heilige te laten doorklinken in ons leven, de keuze maken om te snoeien in wat allemaal op ons af komt. Bewogen zijn is je laten raken door dit prachtige leven en wat je daarin van God opvangt, al is het maar een glimp. Het is ook onderweg zijn, op een misschien wel kwetsbare en fragiele zoektocht vol hindernissen en onzekerheden. We zijn onderweg naar een thuis, met onze verwarring en onze opvattingen, maar ook onze hoop, vertrouwen en verlangens op onze rug. We zijn – in tegenstelling tot Daniel, op die ene verlaten landweg – niet alleen, en er komt een dag dat we het zullen begrijpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s